‘Huisartsen moeten veel eerder aan de slag met de overname van hun praktijk’
(HuisartsVandaag)
Het gebeurt helaas nog te vaak: overnames van huisartsenpraktijken die op het laatste nippertje afketsen vanwege onenigheid over de financiën. ,,Huisartsen die willen stoppen, moeten daar veel eerder over nadenken en open kaart spelen over de boekhouding”, zegt Chiara Bové van Finacura in gesprek met BN De Stem. Finacura uit Etten Leur obdersteunt huisartsen en zorggroepen in met name West-Brabant en Zeeland bij financieel-administratieve zaken. Bové begeleidt ook huisartsen die tegen hun pensioen aanlopen en de praktijk willen overdragen.
Als onderhandelingen over een overname stranden, is dat zowel voor de huisarts als voor de patiënten in zijn of haar praktijk zeer nadelig: de huisarts blijft (voorlopig) met een praktijk in zijn maag zitten, terwijl patiënten maar moeten afwachten hoe het nu verder gaat. Die onzekerheid is volgens Bové voor niemand goed.
‘Geen baan, maar een leven’
,,Toch zie ik dat huisartsen het moeilijk vinden om echt aan de slag te gaan met het overdragen van de praktijk. Dat begrijp ik ook wel. Huisarts zijn is geen baan, maar een leven. Er zijn huisartsen die twintig tot veertig jaar dezelfde praktijk runnen achter hetzelfde bureau met dezelfde patiënten. Dan is het best eng om tegen jezelf te zeggen: het is tijd om te stoppen”, zegt Bové, die het probleem onlangs aankaartte tijdens een bijeenkomst van Huisartsen Groep Eendracht in Bergen op Zoom, een nieuwe groep van vijftien praktijkhoudende huisartsen.
Tijdig beginnen met onderhandelingen over een overname
Toch is het essentieel om tijdig te beginnen met onderhandelingen over een overname, zegt Bové. ,,Een jaar praten is niks. Huisartsen onderschatten dat. En als er al een opvolger is gevonden, kost het tijd om financieel alles goed te regelen. Een opvolger moet weten hoe de praktijk draait, hij moet jaarrekeningen kunnen inzien. Mijn advies aan stoppende huisartsen is altijd: laat je boekhouding zien, neem een opvolger of waarnemer mee in de bedrijfsvoering. Houd er rekening mee dat een opvolger ook wil proefdraaien.”
Wat ook meespeelt: huisartsen zijn in de kern geen ondernemers. Ze praten liever over zorg en over patiënten dan over ‘het bedrijf’. In de huisartsenopleiding is nog steeds veel te weinig aandacht voor die ondernemerskant, zeggen ook huisartsen zelf.
‘Trek tijdig aan de bel’
Het leidt ertoe dat veel jonge huisartsen in eerste instantie liever jarenlang waarnemen dan een eigen praktijk beginnen of overnemen. ,,Ze hebben geen idee wat er allemaal op hen afkomt, dus zijn ze terughoudend”, aldus Bové.
Huisartsen die voor hun pensioen staan, doen er ook goed aan om tijdig contact te zoeken met verzekeraars en zorggroepen in de regio. ,,Maak het kenbaar, trek aan de bel.” De opvolging van huisartsen blijft de komende jaren een probleem. Dat speelt in het hele land. ,,Feit is dat we met minder huisartsen dezelfde patiëntenpopulatie moeten bedienen.”