Tijdens de pandemie declareerde huisarts met eigen testlocatie opvallend vaak het passantentarief
(HuisartsVandaag) Toen corona Nederland overspoelde, had een huisarts de garage die bij zijn praktijk hoorde omgebouwd tot testlocatie, zo bericht het Financieele Dagblad. Daar werden PCR-tests afgenomen. Voor patiënten die bij zijn eigen praktijk ingeschreven stonden, rekende hij het reguliere consulttarief voor zo’n PCR-test. Voor de patiënten die bij een andere huisartsenpraktijk ingeschreven stonden en een test kwamen afnemen, rekende hij het passantentarief.
‘Passanten’, dat waren altijd mensen die een dagje uit zijn, of met vakantie in eigen land. Dan gebeurt er iets, een verstuikte pols na een fietsongeluk, en dan moeten ze naar een ‘onbekende’ huisarts.
Zorgverzekeraar CZ stuitte bij de ondernemende huisarts op een zogeheten ‘opvallend declaratiepatroon’. Bij deze huisarts kwam zo’n passantentarief zelden voor, hij ontving dus bijna nooit mensen die niet bij zijn praktijk ingeschreven stonden. In 2019: drie keer. Maar in 2020, 2021 en 2022 waren er meer dan vijfduizend declaraties voor passanten.
De reden was evident: het coronavirus raasde door het land. Mensen gingen dus wel vaker naar een huisarts die niet ‘de hunne’ was. Alleen vermoedde CZ dat deze huisarts onrechtmatig de consulten declareerde. Want een test is geen consult.
Frauderegister
De conclusie van CZ, na onderzoek: deze huisarts malverseerde. Zijn naam kwam in het frauderegister. Andere verzekeraars en banken kunnen kijken in dat register. Bovendien tipte CZ de andere zorgverzekeraars nog: deze huisarts staat bij ons geboekstaafd als fraudeur.
De huisarts sommeerde CZ de beschuldigingen te staken en ongedaan te maken. De beschuldigingen berusten op een onjuiste interpretatie van de feiten en ondeugdelijk onderzoek, zo vond de huisarts. Maar de verzekeraar weigerde. Dat werd een rechtszaak.
Declareerwijzer
De arts zei: ik heb gehandeld conform de geldende afspraken en richtlijnen, zoals de ‘Declareerwijzer 2020’ van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Door de handelwijze van CZ werd zijn goede naam en reputatie ernstig geschaad. Declaraties werden niet meer uitbetaald, dus hij leed ook financieel schade.
Maar volgens CZ heeft de huisarts bewust onjuist gedeclareerd. Er was verder geen behandelplan, er werd ook geen huisartsenzorg geleverd. Er was dus sprake van ‘het declareren van niet geleverde zorg’. Daarom moeten de declaraties als vals worden aangemerkt.
De verzekeraar uit Tilburg wees er bovendien op dat coronatesten vrijwel altijd werden afgenomen bij de GGD. Mensen werden alleen bij huisartsen op corona getest als ze met ernstige klachten op consult kwamen.
De mensen die in deze testlocatie kwamen, wilden slechts een test. Ze konden zich rechtstreeks aanmelden via een website. Dit was dus een commerciële teststraat, vond CZ. En de exploitatiekosten van zo’n teststraat vallen niet onder de zorgverzekeringswet.
Geen contact
‘Omdat de tests werden afgenomen door medewerkers van HealthCheckCenters was er zelfs geen sprake van contact met medewerkers van de huisartsenpraktijk’, oordeelde de rechter in Breda.
Hij had dus geen contact met de ‘passanten’, maar declareerde wel. De huisarts handelde daarmee niet volgens de regels, terwijl volgens de rechter ‘de afspraken, richtlijnen en beleidsregels helder zijn’. Daarbij was CZ ook zeker niet lichtvaardig te werk gegaan, toen die verzekeraar hem opnam in het frauderegister.
Nuance
Al kwam de rechter ook met een nuance: ‘De handelingen van de huisarts moeten worden gezien in het licht van de chaotische ontwikkelingen die zich tijdens de coronapandemie voordeden, ook in de wereld van de zorg, om de pandemie tegen te gaan. Niet gesteld of gebleken is dat de huisarts op enige andere wijze niet integer zou hebben gehandeld als arts in relatie tot de zorgverzekeraars.’ Ook heeft hij niets geprobeerd te verhullen, terwijl het zonneklaar was dat de plotselinge stijging van het aantal declaraties voor consulten bij CZ, en ook bij de andere verzekeraars, in het oog zou lopen.
Niettemin kreeg CZ gelijk: de huisarts hoeft niet geschrapt te worden uit het frauderegister. De man had al uitdrukkelijk te kennen gegeven dat, indien zou worden vastgesteld dat hij ten onrechte het passantentarief in rekening heeft gebracht, hij bereid en in staat is om het te veel in rekening gebrachte te retourneren.
Met deze declaraties was alleen al bij CZ een totaalbedrag gemoeid van €157.595,85.