Nieuws

Visie op huisartsenzorg

Akkoord op vele zorgen 

De LHV meldt recentelijk op haar website dat huisartsen en de wijkverpleging dringend versterking nodig hebben om de noodzakelijke laagdrempeligheid, herkenbaarheid, kleinschaligheid en een goede ketensamenwerking te behouden. Het persoonlijke gesprek aangaan met de patiënt, soms in het bijzijn van de directe naaste, om tijdig de zorg te kunnen plannen, zeker als er belangrijke ingrijpende behandelopties besproken moeten worden. Of juist als het levenseinde in zicht is en proactieve zorgplanning aan de orde is; iets dat de relatie tussen huisarts en patiënt verdiept; zorgvuldig ‘patiënthouderschap’ dat de patiënt rust kan bieden voor nu en voor de toekomst. Kortom, dat de huisarts, de verpleegkundig specialist en de POH de patiënt goed kennen is van belang om kwalitatief hoogstaande persoonsgerichte zorg te kunnen bieden. Deze waarden kunnen ook teruggevonden worden in het Integraal Zorgakkoord (2022). Het akkoord reflecteert onder meer hoe belangrijk de poortwachtersfunctie blijft. En dat een van de allergrootste waarden ‘tijd voor de patiënt’ is. 

 

Ketenzorg of huisartsenketenzorg?

‘De huisarts in de ketenzorg’ is niet gelijk aan ‘zorg in de huisartsenketen’. En velen hopen dat dit zo blijft. Zorginvesteerders die huisartsenpraktijken opkopen, een zorgverzekeraar als aandeelhouder, (om bij zichzelf de zorg in te kopen), de huisartsenzorg als businessmodel, een ‘return on investment’ organiseren op basis van ‘datamining’ en de toepassing van kunstmatige intelligentie bij medische diagnostiek, de huisarts in loondienst bij een internetmiljonair… Er worden over deze ontwikkeling kritische noten gekraakt. 

De ontwikkeling heeft inmiddels ook tot Kamervragen geleid met voorstellen tot aanpassing van de regelgeving in dit kader. Het zou de vaste relatie tussen de huisarts en de patiënt in elk geval sterk ondermijnen, of zelfs geheel onmogelijk maken. Echter, volgens deze investeerders zou hiermee de regellast van de huisarts sterk kunnen afnemen, het zou tot schaalvergroting kunnen leiden en, bovenal, zou het ook de patiënt veel kunnen opleveren. De ontwikkeling van ‘patient journeys’ op basis van predictiemodellen en diagnose-indicatiestellingspaden zou kunnen leiden tot efficiëntie in de diagnosestelling en tot accurate behandelingsstrategieën, die ook preventief kunnen worden ingezet voor grote patiëntengroepen. Daarbij zou het in de nabije toekomst bij bepaalde klachten ook tot veilige en accurate zelfdiagnostiek van de patiënt kunnen leiden; zaken die helpend zijn bij het huisartsentekort.  

 

Ultieme oplossing: verlengen consultatietijd 

Het Integraal Zorgakkoord lijkt de waarden van de huisartsenzorg dus serieus te nemen. U treft in dit akkoord onder meer principes, opgaven, uitgangspunten, kenmerken, afspraken en transformatiemiddelen aan. En die laatste worden ook concreet aangewend.

‘Het aantal opleidingsplekken voor huisartsen wordt per 2023 verhoogd. Daarbovenop wordt in de periode 2023-2025 het aantal opleidingsplekken voor verpleegkundig specialisten en physician assistants in de huisartsenzorg verhoogd. De verwachting is dat hiermee in de komende drie jaar extra werkplekken kunnen worden gerealiseerd. Het streven is dat deze extra opgeleide professionals bijdragen aan meer tijd voor de huisarts én de patiënt in de huisartsenpraktijk. Dit met als doel om voor alle 17 miljoen Nederlanders passende tijd te organiseren’ [Blz. 66].

Het lijkt in eerste instantie een nogal traditionele oplossing: meer zorgvraag = meer zorgverleners = weer meer tijd voor de patiënt. Wie kan daar nu tegen zijn? 

 

Krapte

‘Een zorgakkoord is geen contract’, aldus de zorgverzekeraar. En, ‘concurrentie zorgt ervoor dat zorgverzekeraars de beste contracten met aanbieders afsluiten, waarbij ze scherp letten op de prijs. Dat blijft zo’. Als het politiek gezien haalbaar blijkt krijgt u er wellicht wat concurrenten bij, maar vele handen maken licht werk, zo is te hopen. Die handen moeten er dan wel zijn. De hogere opleiding tot verpleegkundige kent dit jaar een opmerkelijke landelijke daling van de studenteninstroom, tot wel 19%. Bij het succesvol doorlopen van de desbetreffende opleidingen duurt het minstens zes jaar voordat het ‘MANP-diploma’ behaald kan worden. Daarbij verlaten huisartsen en verpleegkundigen tussen de 30 en 50 jaar steeds vaker het vak, met records in 2021 en 2022. 

Omdat ‘het water de huisarts aan de lippen staat’ staan ook taakherschikking, optimalisatie van de praktijkvoering, vermindering van de administratieve lasten, samenwerking met het sociale domein en digitalisering klaar ter accordering. Waar hoorde ik dat reeds eerder? Gelukkig staat het nog steeds op de agenda! 

 

Digitalisering

Het zorgakkoord biedt ook een interessant ‘Onderdeel 2, ‘Digitalisering en Gegevensuitwisseling’ [Blz. 92]. Alhoewel het hier en daar wat abstract geformuleerd is, kan het voor de eerstelijnszorg een aanleiding zijn om de uitdagingen, dilemma’s en schurende onzekerheden te onderzoeken als het gaat om bijvoorbeeld de inzet van artificiële intelligentie en ‘deep-learning’ in relatie tot internetdienstverlening door ‘avatars’. (Dit staat overigens niet als voorbeeld in het akkoord). Of, als dit nog echt te ver gaat, over de doorontwikkeling van een gebruiksvriendelijke Persoonsgebonden Gezondheidsomgeving. (Dit staat wel in het akkoord). En het lijkt ook ruimte te bieden aan de verdere ontwikkeling van (ik interpreteer het akkoord): verbeterde telecommunicatie, zelfmonitoring, zelfmetingen, zelfdiagnostiek, point of care diagnostiek thuis, (sociale) robotica, uitbreiding van mogelijkheden tot digitale gezondheidsmonitoring op afstand, het ‘empoweren’ van de ‘e-patient movement’, het ontwikkelen van toegankelijke digitale health-literacy-hulpmiddelen bij kwetsbare groepen… 

En dat dan niemand meer hoeft te wachten totdat digitale hulpmiddelen beschikbaar zijn. En dat deze hulpmiddelen, als ze evident in een wens voorzien, ook gegarandeerd op kwaliteit, betrouwbaarheid en validiteit doorontwikkeld worden, om dan ook in voldoende mate voorhanden te zijn.

Het massaal opkopen van huisartsenpraktijken door investeerders staat in verband met de geïntroduceerde concurrentie en marktwerking in de zorg; die voet tussen de deur krijg je zomaar niet meer weg, zo blijkt. Inderdaad, wellicht was het achteraf gezien niet zo’n goed idee. Een interessante vraag blijft in dit kader wel of dat de implementatie van het Integrale Zorgakkoord met ‘Onderdeel 2’ nu nog wel zonder die investeerders haalbaar is. En hoe dit akkoord, zonder verdere vercommercialisering van de huisartsenzorg, tijdige, accurate persoonsgerichte zorg kan blijven garanderen. Wie biedt er een genuanceerd antwoord?

Door: Wolter Paans