Tien kilometer rijden naar een huisarts lijkt de toekomst te worden, ‘Als waarnemer mis je een leuk deel’
Hendrik Jan Hazelhorst is 68 jaar en dik veertig jaar huisarts in Sliedrecht. Hij had allang met pensioen moeten zijn maar dat gaan zit er nog niet in nu hij als praktijkhouder nog geen opvolger heeft kunnen vinden. ,,Mensen vragen vaak: is het niet een keer tijd? Maar ik kan geen opvolger vinden voor mijn praktijk en mijn patiënten kan ik niet aan hun lot overlaten”, zegt hij in het Algemeen Dagblad.
Even dacht hij een opvolger te hebben gevonden. ,,Ze kwam hier, vond het hartstikke leuk, maar krabbelt nu terug. Ze wordt afgeschrikt door de berg werk. Ik weet niet beter, maar thuis verklaren ze me ook voor gek.’’
‘Gesloten voor nieuwe patiënten’
Om te voorkomen dat hij het nog drukker krijgt, heeft Hazelhorst inmiddels wel een patiëntenstop ingesteld. ‘MEDEDELING: GESLOTEN VOOR NIEUWE PATIËNTEN’, staat in kapitalen op zijn website. En dat is een probleem, want álle praktijken in Sliedrecht zitten vol. Met elk zo’n drieduizend patiënten zitten ze al ver boven de norm. Toch nemen ze beurtelings nieuwe patiënten aan, omdat ze vinden dat elke inwoner een huisarts moet hebben. ,,Maar daar zit een grens aan.’’
Het huisartsentekort speelt in het hele land, maar hakt er in de Drechtsteden extra hard in. Veel huisartsen in de regio staan op het punt om met pensioen te gaan, maar kunnen geen opvolger vinden. Niet voor niets trokken huisartsen afgelopen zomer massaal naar het Malieveld om te protesteren tegen de enorme werkdruk. Een 60-urige werkweek is voor een huisarts niet ongewoon. Steeds meer huisartsen werken daarom parttime, maar maken wel lange dagen, wat neerkomt op gemiddeld 44 uur per week.
Meer taken
Huisartsen hebben het steeds drukker. Dit heeft onder meer te maken met de vergrijzing en dat ouderen tegenwoordig langer thuis moeten blijven wonen. Ook zijn er steeds meer taken bij de huisarts komen te liggen, zoals de zorg voor patiënten met chronische aandoeningen als diabetes, COPD en hart- en vaatziekten.
Daarnaast is er ergernis onder huisartsen over specialisten die patiënten ten onrechte terugverwijzen naar hun huisarts. Allemaal extra werk voor de huisarts, die voor patiënten het eerste aanspreekpunt is. ,,Wij kunnen nooit ‘nee’ verkopen’’, zegt huisarts Leo Stolk (65), die met Hazelhorst een pand deelt.
Patiënten die op de wachtlijst staan voor de ggz, komen eveneens op het bordje van de huisarts terecht. Stolk: ,,Deze mensen hebben specialisten zorg nodig en die kunnen wij niet geven. Het is een beetje pappen en nathouden wat wij doen en dat voelt helemaal niet lekker.’’
Klein ziekenhuis
Om dat allemaal te bolwerken, is er steeds meer ondersteunend personeel nodig en begint een praktijk zo langzamerhand op een klein ziekenhuis te lijken. Met aan het hoofd een huisarts, die door alle verantwoordelijkheden en administratieve last steeds minder tijd overhoudt voor patiëntenzorg.
,,Het is er allemaal niet simpeler op geworden’’, zegt Adrie Evertse (67), huisarts in Oud-Beijerland. ,,Ik snap wel dat jonge huisartsen dat niet zien zitten.’’ Zij willen niet vast zitten aan een praktijk, maar gaan liever aan de slag als waarnemer: een soort zzp-huisarts, die vaak parttime werkt.
Daardoor is een gekke situatie ontstaan, schetst Evertse, die tevens voorzitter is van de afdeling Zuid-Holland Zuid van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). ,,Er worden veel meer huisartsen opgeleid dan vroeger. En toch is er een tekort. Toen ik afstudeerde, veertig jaar geleden, was er juist een huisartsenoverschot. Ik was blij dat ik een praktijk kon starten hier, terwijl er toen minder huisartsen waren dan nu.’’
Hij wil maar zeggen: de belangstelling voor het vak is zeker niet teruggelopen. Dat blijkt ook uit cijfers van onderzoeksinstituut Nivel. In 2021 waren er in Nederland 13.492 huisartsen werkzaam, tegenover 8.626 in 2000. Wel nam het aantal praktijkhouders in die periode af van 84 procent naar 51 procent. ,,Dokters willen het liefst gewoon dokteren’’, aldus Evertse. ,,En verder geen gedoe.’’
‘Als waarnemer mis je een leuk deel’
Ze bestaan nog wel, de jonge huisartsen met een eigen praktijk. Henri Spaan (34) is er daar een van. Begonnen als invaldokter in onder meer de praktijk van zijn vader bestieren ze nu samen huisartsenpraktijk Jong & Oud in Sliedrecht. ,,Nu weet ik: als waarnemer mis je een leuk deel van het vak, namelijk dat je je patiënten kent en hun familie.’’
En dat niet alleen, zo hield hij onlangs de gemeenteraad van Sliedrecht voor: onderzoek (uit Zweden) wijst uit dat patiënten met een vaste huisarts minder vaak in het ziekenhuis belanden en langer leven. ,,Pas kwam een patiënt van mij thuis na een opname in verband met een scheur in zijn aorta. Alles zag er goed uit. Na vier dagen belt hij: ‘Ik voel me toch niet helemaal lekker.’ Ik ging gelijk weer kijken. Opnieuw zag alles er goed uit, behalve dat hij om de vijf zinnen begon te hijgen. Ik vertrouwde het niet. Als ik hem niet had gekend, want deze man klaagt nóóit, was ik er niet direct op afgegaan. Ik heb hem toch ingestuurd en een paar dagen later lag hij met een drain bij zijn hart in het Erasmus MC.’’
Een makkelijke oplossing is er niet
Maar de realiteit is dat de eigen huisarts dreigt te verdwijnen. Uit een enquête van huisartsenkoepel Drechtdokters bleek onlangs dat bijna een kwart van de praktijkhouders in de Drechtsteden binnen vijf jaar met pensioen wil. Meer dan de helft (54 procent) heeft geen opvolger.
Een makkelijke oplossing lijkt er niet te zijn. De werkdruk moet omlaag om het vak aantrekkelijk te houden, vindt de LHV. In januari ondertekenden de huisartsen het ‘Integraal Zorgakkoord’, waarin onder meer is afgesproken dat zij vijf minuten extra krijgen voor een consult (15 minuten in plaats van 10). Hiervoor wordt 220 miljoen euro vrijgemaakt. Ook worden de tarieven voor avond-, nacht- en weekenddiensten verhoogd en gaat er meer geld naar de huisartsopleiding.
Meer ruimte nodig
Als de huisartsopleiding wordt uitgebreid, is er ook meer ruimte nodig in de praktijken. De regio Drechtsteden kent relatief weinig opleidingsplekken. Het schort aan voldoende praktijkruimte om extra personeel op te leiden én aan te nemen.
Spaan: ,,Vroeger woonde je als huisarts vaak boven je praktijk en had je één assistent: je vrouw. Tegenwoordig heb je door alle extra taken veel meer personeel nodig en dus veel meer spreekkamers. Wij hebben noodgedwongen twee praktijkondersteuners ondergebracht bij de tandarts naast ons.’’
Volgens de LHV hebben huisartsen hulp nodig van gemeenten bij hun zoektocht naar een nieuw pand. De Nederlandse Zorgautoriteit bepaalt de tarieven van de huisartsen en die zouden te laag zijn om een eerlijke kans te hebben op de commerciële markt.
Ook wordt bij nieuwbouwprojecten onvoldoende rekening gehouden met het feit dat deze mensen ook een huisarts nodig hebben, stelt de LHV. In Hendrik-Ido-Ambacht, zo berekende huisarts Marieke Poley (44), zitten zodoende zo’n zesduizend patiënten zonder huisarts in het dorp.
,,Ik heb het inwoneraantal tegenover het aantal ingeschreven patiënten gezet. En meegerekend hoeveel woningen er nog worden opgeleverd. Dan kom je op dit getal. Dat was althans de situatie anderhalf jaar geleden. En ik vermoed dat er sindsdien weinig veranderd is.’’