Nieuws

‹ vorige Terug naar lijst ^ volgende ›

  • Preventie voor betaalbare zorg

    Preventie voor betaalbare zorg

    HuisartsenService, 18 juni 2019

    Al vele jaren is ‘preventie’ een toverwoord in de eerstelijnszorg. En vooral in de (mogelijke) bekostiging daarvan. Want een patiënt die niet ziek wordt, zal op termijn ook geen beroep doen op de huisarts en al helemaal niet op de duurdere tweede-lijn. Maar de vraag blijft hoe hou je de patiëntenpopulatie gezond? Kost preventie wellicht niet meer dan het oplevert? En wie gaat dat bekostigen?    Het is tekenend dat de discussie over preventie vrij snel over kosten gaat. We zouden in de Westerse maatschappij een voorbeeld kunnen nemen aan de oorsprong van de Chinese geneeskunde. Niet zozeer het werken met kruiden of acupunctuur, maar de manier waarop reeds honderden jaren voor de start van onze jaartelling de Chinese geneeskunst op preventie en transparantie werd gebaseerd en financiële prikkels niet werden gegeven op basis van het aantal behandelingen dat werd uitgevoerd, maar voor de mate waarin hun patiëntenpopulatie gezond bleef. Inmiddels is dit systeem ook weer goeddeels omvergehaald, maar de gedachte is interessant. Want wat nou als dit ook voor de Nederlandse huisarts zou gelden? Zou de roep om preventie dan minder groot zijn omdat iedereen er toch al mee bezig was? Zouden huisartsen zich dan meer als coach (gaan) gedragen? Natuurlijk zal de financiële prikkel zoals deze er nu is niet in korte tijd worden omgedraaid. Daarvoor zit het volledige zorgstelsel nu te vast in een vrijwel niet te keren systeem. 

GEZONDHEIDSBEVORDERING

Het grote probleem is echter dat preventie een moeilijk onderwerp blijft omdat het effect niet goed meetbaar is. Want hoe veel kans had een patiënt die uiteindelijk niet ziek wordt op het ontwikkelen van gezondheidsproblemen? Feit is dat je dat effect nooit zal kunnen meten. Toch is wel van een grote mate van aannemelijkheid uit te gaan. Het is bewezen dat roken slecht is en dat stoppen met roken gezondheidswinst oplevert. Het is ook bewezen dat beweging in veel gevallen een chronische aandoening kan voorkomen of verminderen. Gezondheidswinst door preventie is dan ook vooral te behalen bij chronische aandoeningen als bijvoorbeeld COPD of Diabetes type 2. Daarop ligt nu dus ook vanuit de overheid een focus. Het kabinet Rutte III trekt deze kabinetsperiode 170 miljoen uit voor preventie en gezondheidsbevordering. Daarna blijft er een budget van 20 miljoen per jaar beschikbaar. In het regeerakkoord is ook gesproken over een ‘nationaal preventieakkoord’. Dit wordt gesloten met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. 

LAT HOGER

In oktober 2018 werd gemeld dat in het akkoord de nadruk komt te liggen op het bestrijden van roken en overgewicht, met als doel de ontwikkeling van genoemde chronische aandoeningen in te dammen. In februari werd duidelijk dat ook alcoholgebruik bestreden gaat worden. Staatssecretaris Paul Blok- huis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) sprak in de afgelopen maanden met een groot aantal maatschappelijke organisaties, ondernemers en deskundigen over de invulling van het nationaal preventieakkoord. De inzet op de drie thema’s – roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik – blijkt breed te worden gedeeld. Blokhuis stelt over de toevoeging van alcoholgebruik: “Ik ben niet van de blauwe knoop en kan erg genieten van een biertje. Maar ik ben ervan overtuigd dat we de risico’s van problematisch alcoholgebruik voor onder andere onze gezondheid sterk onderschatten. Daar mogen en kunnen we als samenleving niet voor wegkijken. Wat problematisch alcoholgebruik is, verschilt per individu. Maar als je de lat hoger legt en goed op je gezondheid let, is het advies van de Gezondheidsraad heel helder. Drink niet of niet meer dan één glas per dag. En die glazen per dag mag je niet bij elkaar optellen en allemaal tegelijk in het weekend drinken, als je het gezond wilt houden. Dat moeten we ons allemaal veel beter realiseren.” 

BEWEZEN EFFECTIEF

In totaal hebben ter voorbereiding op het nationaal preventieakkoord vijf rondetafelgesprekken plaatsgevonden met stakeholders. In de gesprekken is zeer duidelijk samenhang van gezondheidsproblemen met achterliggende problematiek op het vlak van het sociaal domein naar voren gekomen. Denk hierbij aan armoede en schulden. Roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik en de daaruit voortvloeiende gezondheidsproblemen komen meer voor bij mensen met een lage opleiding en een laag inkomen. Om resultaten te bereiken is vaak ook inzet op de achterliggende problematiek nodig. Het budget dat wordt vrijgemaakt wordt door de overheid onder meer ingezet om samen met partijen concrete, scherpe en ambitieuze doelen te stellen voor de korte en de langere termijn. “Uit de gesprekken bleek dat de deelnemers een groot voorstander zijn van het inzetten van maatregelen die in aanpak effectief zijn”, zo schrijft Blokhuis in een brief aan de Kamer. “De effectiviteit kan zowel zichtbaar worden in de praktijk als blijken uit wetenschappelijk onderzoek. In het regeerakkoord is gesteld dat maatregelen die we nemen bewezen effectief moeten zijn, dat de inzet daarvan bevorderd wordt en dat, als kennis over die effectiviteit nog ontbreekt, dit onderzocht wordt. Als partijen goed onderbouwd kunnen aangeven dat iets werkt omdat mensen er vitaler van worden en zich beter voelen, dan moet hiervoor ruimte zijn in het nationaal preventieakkoord en kan de bijdrage vanuit het Rijk zijn om de effectiviteit van dit programma verder te onderzoeken, naast het ondersteunen van een intensivering van de aanpak.” 

BETERE AFSTEMMING

De vorming van een nationaal preventieakkoord is dus op gang gekomen, maar voordat deze er is, zijn we alweer flink wat tijd verder. Hoe dan als huisarts alvast stappen te maken? Preventie gaat over het in kaart brengen van risicogroepen. Van mensen die nog geen klacht hebben, maar daar een verhoogd risico op lopen. De verantwoordelijkheid ligt doorgaans bij gemeenten, die in samenspraak met zorgverzekeraars stappen moeten maken. Maar wie gaat de investeringen doen? De signaleringsfunctie, die ligt bij de huisarts, dat is bij uitstek de persoon die kan inschatten hoe de populatie er uitziet en waar de risicogroepen liggen. Het Rijksinstituut voor Volks- gezondheid en Milieu (RIVM) heeft vorig jaar in opdracht van VWS in kaart gebracht welke lokale initiatieven er zijn om preventie, zorg en welzijn te verbinden. “Samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars draagt bij aan een betere afstemming en samenhang tussen zorgverleners zodat zij preventie voor risicogroepen over de verschillende wetten beter vorm kunnen geven”, zo staat in het rapport. Wat echter vooral duidelijk wordt, is dat er op dit vlak geen eenduidige manier is waarop dergelijke samenwerkingen ontstaan. “De samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars gebeurt veelal rondom een aantal dezelfde inhoudelijke thema’s of dossiers, echter de concrete uitwerking daarvan verschilt. Ook de vormgeving van de verbinding tussen de domeinen preventie, zorg en welzijn is heel gevarieerd. Niet ieder initiatief maakt afspraken over preventie voor risicogroepen. Verder komen verschillende vormen van bekostiging voor, zowel reguliere bekostiging, bekostiging op projectbasis, als mengvormen van bekostiging. Men experimenteert met het samenvoegen van budgetten voor zorginkoop en shared savings. Er is verschil in hoe de afspraken zijn vastgelegd en de mate waarin men zaken heeft vastgelegd.” 

RISICOGERICHT HANDELEN

Het RIVM stelt dat voor een succesvolle preventie voor risicogroepen het van belang is dat zij met elkaar samenwerken en met aanbieders op het gebied van preventie, zorg en welzijn. In de praktijk blijkt dat dit echter niet altijd eenvoudig te realiseren is. Ter ondersteuning heeft het RIVM, ook in opdracht van VWS, een digitaal Loket Preventie in het Zorgstelsel ingericht waar gemeenten en zorgverzekeraars handvatten krijgen voor samenwerking rond preventie voor risicogroepen. Binnen dat loket wordt her en der ook duidelijk dat het systeem kantelt. “Werken aan preventie vraagt van huisartsen verandering in de werk- en denkwijze, van ziektegericht naar risicogericht handelen”, zo valt te lezen. Een belangrijke focus ligt bij het werken in een vorm van wijkgerichte preventie. De huisarts is een schakel in een groter geheel en dit is in lijn met de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022 van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Deze toekomstvisie formuleert de volgende ambitie: ‘In samenwerking met collega’s in dorp, wijk en regio dragen individuele huisartsen hun bijdrage aan populatie- gerichte preventie en de volksgezondheid op die zaken waar zij het meeste effect kunnen sorteren.’ 

WANDELEN

Juist voor patiënten met risicofactoren kan wijkgerichte samenwerking kansen bieden om aandoeningen te voorkomen. Dat is in feite ook de conclusie die in de vorming van het nationaal preventieakkoord naar voren is gekomen. Binnen de nieuwe financieringsafspraken voor de huisartsenzorg, is ‘samenwerking met het sociaal domein’ benoemd, waardoor er budget is dat eerstelijnszorgverleners financiële armslag geeft om samenwerkingsprojecten te bekostigen. Dat klinkt allemaal heel mooi en is het natuurlijk ook. Maar krijg de populatie maar eens uit de luie stoel en aan een gezondere levensstijl. Sommige huisartsen in Nederland hebben preventiebeleid inmiddels al opgevat als stok achter de deur om zelf maar eens in beweging te komen. Gewoon gaan wandelen op vaste dagen in de week en de patiënten een uitnodiging sturen om mee te lopen. Dat kan natuurlijk ook. Simpel, doeltreffend, goed voor de band met de achterban en ook nog voor de eigen gezondheid.