Nieuws

‹ vorige Terug naar lijst ^ volgende ›

  • Meer bewustwording creëren voor aortaklepstenose
om levens te redden

    Meer bewustwording creëren voor aortaklepstenose
om levens te redden

    HuisartsenService, 19 augustus 2019

    Door meer aandacht bij de huisarts voor patiënten met mogelijke aortaklepstenose, kunnen levens worden gered. Dat is kort door de bocht het uitgangspunt van de pilot die door Raymond van den Busken in samenwerking met HuisartsenService en echografist Ferry Koevoets is uitgerold in de regio Tilburg. Sterker nog, doordat de risicogroep accuraat in beeld is gebracht en deze in de huisartsenpraktijk goed is gescand, zijn gedurende de pilot daadwerkelijk levens gered. Van den Busken hoopt nu door te kunnen pakken.    Het idee van de pilot is even logisch als doeltreffend. Het gros van de patiënten met aortaklepstenose wordt bij toeval gediagnosticeerd, omdat een huisarts bij een controle hartgeruis constateert. Dat is doorgaans de reden dat een patiënt door de huisarts naar de cardioloog wordt doorgestuurd, die vervolgens een echo doet en de hartklep verder onderzoekt. “Er zit geen structuur achter, terwijl aortaklepstenose wel een groot probleem is”, aldus Van den Busken. “Het begint eigenlijk al met het feit dat Nederlandse huisartsen zelden met een stethoscoop naar het hart van hun patiënten luisteren, of deze überhaupt gebruiken. Ik hoor in gesprekken die we hebben regelmatig van huisartsen dat ze vinden dat het wel meevalt, in ieder geval bij zichzelf. Echter, binnen Europa staat de Nederlandse huisarts ergens onderaan op de ranglijst wat betreft het gebruik van de stethoscoop. Het idee achter onze pilot steunt voor een groot deel op een bredere bewustwording. Bewustwording bij de huisarts dat deze patiënten kan vinden en daarmee redden, maar ook bewustwording bij de patiënt, daar er nog veel onwetendheid is over de symptomen van een hartklepziekte.” 

PATIËNTEN HELPEN

Van den Busken heeft een medische achtergrond. Het hart heeft bij hem altijd al een bovenmatige interesse gehad. Hoewel afkomstig uit de Interventie Radiologie, is hij sinds 2001 werkzaam ‘aan de andere kant’, zoals hij de commerciële omgeving noemt waarin hij nu werkt. “Dat bevalt me heel erg goed. Vanuit deze plek kan ik namelijk ook veel betekenen voor de zorg. Mijn intrinsieke drijfveer is niet veranderd, ook al werk ik nu in een commerciële omgeving. Ik wil patiënten helpen en zorg innoveren.” Hoewel in functie verantwoordelijk voor alle Transcatheter hartklepproducten binnen werkgever Edwards Lifesciences, is de Tilburgse aortaklepstenose-pilot niet vanuit die werkgever ingegeven. “Nee, dit is echt iets waar voor mij persoonlijk letterlijk mijn hart ligt. Het idee is geboren bij mij en ik heb dit balletje aan het rollen gebracht vanuit de oprechte overtuiging dat op dit gebied grote stappen te maken zijn in de cardiovasculaire zorg.” 

STETHOSCOOPGEBRUIK

Aortaklepstenose is een van de minst bekende hartziekten en Van den Busken vindt het belangrijk om meer bewustwording voor deze aandoening te creëren, om tijdige herkenning en behandeling mogelijk te maken. Vaak wordt nu te laat herkend – door patiënten en/of huisarts – en wordt daardoor ook het behandelingsproces te laat ingezet. Soms is het zelfs al te laat. Dit terwijl uit onderzoek blijkt dat een op de acht van de ouderen boven de 75 jaar een (ernstige) hartklepziekte heeft. Door vergrijzing zal de prevalentie hartklepziekten de komende jaren alleen maar verder groeien. “Veel patiënten weten niet eens wat aortaklepstenose is en schrijven de klachten die zij ervaren, zoals kortademigheid en vermoeidheid, toe aan hun ouderdom. Daardoor gaan ze er niet snel mee naar de huisarts en als ze die voor een andere klacht bezoeken, is de huisarts op zijn beurt vaak weer niet geneigd de stethoscoop te gebruiken. Daardoor zal de huisarts patiënten met deze specifieke klachten niet snel diagnosticeren. Dat kan dus beter en anders. Juist in de eerstelijnszorg is het mogelijk om proactief te zijn en patiënten op tijd op te sporen.” 

SUCCESVOLLE PILOT

Voor de pilot is bewust voor een praktijk met een grote patiëntenpopulatie gekozen, omdat daar de kans op het vinden van patiënten het grootst is. Gedurende een week is een volledige scan aangeboden aan patiënten van boven de 65 jaar. Van de 35 patiënten die in die week zijn gescand, bleken drie patiënten hartgeruis te vertonen. “Twee daarvan zijn in een follow-up traject terecht gekomen en zullen de komende jaren gemonitord worden op aortaklepstenose”, aldus Van den Busken. “Van een derde patiënt was de situatie dusdanig ernstig, dat we enorm geschrokken zijn met zijn allen. De verkalking van de aderen was bij die patiënt in een dusdanig vergevorderd stadium, dat het bijna te laat was. Binnen enkele dagen na de scan, lag deze op de OK voor een operatie. Alleen al omdat we het leven van deze specifieke patiënt hebben kunnen redden, is de pilot wat mij betreft succesvol geweest. Het bizarre is dat deze patiënt naar eigen zeggen nergens last van had. Nu kan dat daadwerkelijk zo geweest zijn, maar wellicht had het hier ook met genoemde onwetendheid te maken en heeft de patiënt diens klachten gebagatelliseerd.” 

LEVENSBELANG

Van den Busken stelt dat dit laatste vaak voorkomt. “Het is natuurlijk ook eng, ‘iets’ aan je hart hebben. Al vrij snel duiken dan bij veel mensen doembeelden op van openhartoperaties. Terwijl tegenwoordig transkathetertechnologie in veel gevallen ook heel goed mogelijk is en veel minder intensief is dan de traditionele operaties. Desalniettemin zit het in de menselijke natuur om bij mogelijke hartproblemen net te doen of er niets aan de hand is. Hopen dat het vanzelf wel weer verdwijnt, terwijl niets doen juist levensgevaarlijk is. Dat besef is er vaak nog niet. Dus op het gebied van voorlichting, is er absoluut nog veel te doen. Tijdige opsporing en de daaropvolgende behandeling van hartklepafwijkingen zijn van levensbelang. De patiënt heeft hier zelf ook een rol in. Die moet weten wat de symptomen van een hartklepaandoening zijn en deze klachten zodra deze worden ervaren kenbaar maken aan de huisarts. De huisarts heeft anderzijds de taak om patiënten te wijzen op de symptomen en binnen de praktijk zoveel mogelijk patiënten te vangen voor het te laat is.” 

BEHANDEL DE MENS

Open communicatie is daarbij volgens Van den Busken van het allergrootste belang. “Patiënten zijn gebaat bij eerlijke antwoorden. Leg hen duidelijk voor welke risico’s er zijn. En vooral ook wat de mogelijke oplossingen zijn. Open communicatie is een sleutel tot betere zorg, daar ben ik van overtuigd. Dat vind ik ook als ‘commerciële’ zorgprofessional. Uiteraard kunnen wij niet voor niets werken, dat kan geen enkel bedrijf. Maar als een bepaalde patiënt meer gebaat is bij een hartklepproduct van een andere partij dan die van ons, zal ik de eerste zijn die dat zegt. Ik ben in dit vak terecht gekomen omdat ik mensen beter wil maken. Aanvankelijk op de traditionele manier, nu vanuit een ander perspectief. Maar die grondgedachte blijft. Daarom vind ik het op dit vlak ook zo jammer dat verzekeraars wat betreft vergoeding soms niet vanuit het welzijn van die patiënt denken, waardoor deze bijvoorbeeld geen TAVI-behandeling kan krijgen. Daar het in mijn vakgebied vaak oudere patiënten betreft, wordt altijd naar levensverwachting gekeken – levert een behandeling de investering nog op – of naar het risico dat een patiënt naar een andere verzekeraar overstapt en ‘hun zorg niet meer is’. Terwijl je ook breed moet kijken. Kijk naar kwaliteit van leven, behandel de mens, niet de aandoening. Kijk naar de impact op de omgeving van een patiënt, ook dat heeft waarde. Die discussie mag veel opener worden gevoerd.” 

UITROLLEN

Die vergoedingsdiscussie is ook zeker nog een punt met het oog op de door Van den Busken geïnitieerde screenings. Om de waarde daarvan aan te tonen, wil hij deze op meerdere plekken verder gaan uitrollen. “We hebben nu de regio Tilburg gehad en kijken naar de regio’s tussen Groningen en Enschede voor de volgende pilots en de omgeving Eindhoven. Op basis van de gehaalde resultaten, hopen we ook bij bijvoorbeeld het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in beeld te komen. En de ambities gaan verder, ik zou het screenen van patiënten graag ook uitrollen in andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, of in Scandinavië̈. Plekken waar de patiëntenpopulatie enigszins vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Dat het aantal patiënten dat te kampen krijgt met aortaklepstenose de komende jaren enorm gaat toenemen, is een gegeven. Het zou prachtig zijn als we daar door een meer actieve screening in de eerstelijnszorg meer grip op kunnen krijgen. Ik ben ervan overtuigd dat dit mogelijk moet zijn.”