Nieuws

‹ vorige Terug naar lijst ^ volgende ›

  • Kennis leidt tot effectievere leefstijlinterventies

    Kennis leidt tot effectievere leefstijlinterventies

    , 26 februari 2019

      Meer kennis bij huisartsen over leefstijlinterventies en een objectieve screening voor welke patiënten deze geschikt kunnen zijn, kan het aantal effectieve verwijzingen naar interventies verhogen. Dit blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Adrie Bouma van het UMCG, die daarop promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook een andere manier van begeleiden van deelnemers aan leefstijlinterventies kan ertoe leiden dat deze effectiever zijn, waardoor meer deelnemers langer actief blijven en meerkwaliteit van leven ervaren. Uit Bouma’s onderzoek blijkt dat huisartsen onvoldoende mogelijkheden hebben om een objectieve screening te maken welke patiënten geschikt zijn om een leefstijl- programma te volgen. Ook zijn huisartsen vaak niet gemotiveerd, hebben ze niet de juiste middelen om door te verwijzen en blijken ze weinig kennis te hebben over welke interventies effectief en succesvol zijn. Bouma laat zien dat huisartsen vooral doorverwijzen als er bij een patiënt een duidelijke fysieke indicatie van eenziekte is en dat zij weinig preventief doorverwijzen. Huisartsen bleken vaker te verwijzen als ze zelf een gezonde leefstijl hebben, genoeg bewegen en gezond voedingspatroon hebben.   Dr. Patrick Jansen: “Voeding verdient meer aandacht in de huisartsenpraktijk” Voeding en een gezonde leefstijl worden steeds belangrijker in de maatschappij. Een goede ontwikkeling, die zijn weg ook steeds vaker naar de huisartsenpraktijk vindt. Enerzijds omdat patiënten hun levensstijl aan willen passen en zoeken naar handvatten, anderzijds ook steeds vaker als een preventiemiddel dan wel onderdeel van een behandelproces. Nijmeegse huisarts Patrick Jansen, NHG-medewerker en hoofdredacteur van Thuisarts.nl, juicht dat alleen maar toe.  Dat een gebalanceerde leefstijl belangrijk is voor de algehele gezondheid is geen geheim. Regelmatig bewegen, gezond eten, het zijn basisingrediënten voor een vitaal leven. In de maatschappij zie je echter dat op meerdere gedachten wordt gehinkt. Mensen willen bewegen en willen zich ook wel bezighouden met gezonde voeding. Maar tegelijk weten ze niet goed waar te beginnen en is het stiekem ook wel ‘lekker makkelijk’ als er kant en klaar maaltijden in de supermarkt liggen en we ’s avonds op de bank ploffen met een zak chips. “Je kunt het patiënten ook bijna niet kwalijk nemen als ze er een ongezonde leefstijl op nahouden”, aldus Patrick Jansen. “Loop een gemiddelde supermarkt binnen en je ziet op ooghoogte vooral producten die in eerste instantie niet de meest gezonde zijn. Veel bewerkt voedsel, kant-en-klaar-producten, toegevoegde suikers. Je wordt continu verleid om niet de meest gezonde keuze te maken. Vaak ontbreekt het mensen ook aan tijd – of interesse – om de ingrediënten van een product goed te lezen. Vaak denken ze ook ten onrechte dat ze een verantwoorde keus maken, terwijl dat zeker niet altijd zo hoeft te zijn. Maar het gaat breder. Waarom staan er snoepautomaten in schoolkantines? Waarom is er nog geen suikertax? Waarom kun je nog altijd laagdrempelig sigaretten kopen bij een supermarkt? Het is complexe problematiek, waarbinnen de politiek eigenlijk steviger het voortouw zou moeten nemen. Maar ja, de lobby vanuit de voedsel- en tabaksindustrie is heel sterk.”  GEZOND LEEFPATROON Jansen maakt zich hard voor een gezondere maatschappij en onderkent als huisarts ook heel sterk het belang van een gezonde levensstijl. Enerzijds als preventiemiddel om de patiëntenpopulatie gezond te houden, maar anderzijds bij veel chronische aandoeningen ook absoluut als onderdeel van de therapie. “Zeker bij chronische aandoeningen kan een verandering van leefstijl helpen. Al is het maar omdat veel van deze aandoeningen een direct of indirect gevolg kunnen zijn van een bepaalde leefstijl. Diverse onderzoeken laten inmiddels al zien wat voeding en beweging kunnen doen voor een patiënt. De praktijk- ondersteuner hier bij mij in de praktijk is op dit vlak heel erg actief en wijst diabetespatiënten op hun eetgedrag en coacht daarbij. Medicatie is absoluut een groot goed, maar er is veel op te lossen of te voorkomen met een gezond leefpatroon. Als huisarts ben ik zelf uiteraard ook bezig op dat gebied, communicatief richting de patiënten op een vrijblijvende manier. Patiënten houden er namelijk niet van om betutteld te worden. Maar ze zitten wel met vragen, zo merk ik. Die wil ik zo goed mogelijk beantwoorden.”  DIEETHYPES  Veel van die vragen gaan over soorten diëten. Patiënten staan open voor een gezonde(re) levensstijl, maar zien vaak door de bomen het bos niet meer. “We hebben de afgelopen decennia honderden dieetgoeroes voorbij zien komen en de ene dieethype volgde de andere op. Vaak bevatten die populaire diëten inhoudelijk wel ergens een kern van waarheid, maar geen enkel dieet is op de lange termijn effectief en al helemaal geen enkele dieethype is wetenschappelijk onderbouwd. Sterker, sommige van de populaire dieethypes kunnen de gezondheid zelfs schade toebrengen.” Het is voor praktiserend artsen dan ook heel lastig om bij te houden wat nu precies ‘gezonde voeding’ in de optiek van een patiënt. Want diens inzichten op dat gebied veranderen continu door de dieethypes in de maatschappij. Waar een jaar of tien geleden nog een focus lag op weinig vet, is die focus nu volledig verschoven naar het aantal koolhydraten en over een jaar of vijf kan dat weer heel anders zijn. Jansen: “De vraag die ik dan ook regelmatig krijg is wat dan precies gezonde voeding is. Mijn antwoord is dan meestal dat gezonde voeding begint bij gezond verstand. Dus consumeer verse producten in plaats van voorverpakte kant-en-klaar-producten. Volkorenproducten, peulvruchten, groenten, fruit, noten en vis zijn gezond. Verkies water en thee boven suikerhoudende frisdranken. Gaandeweg ga ik dan een gesprek aan over de leefstijl van de patiënt om een beter beeld te krijgen van hoe dat er uitziet en waar men aanpassingen kan doen.”  GOEDE BASIS  Huisartsen in heel Nederland krijgen die vraag en in veel gevallen heeft de huisarts daar niet direct een passend antwoord op. Deze kan natuurlijk altijd verwijzen naar het Voedingscentrum, dat de consument al jaren informatie geeft over gezonde voeding en nu ook een platform met informatie voor de huisarts heeft gelanceerd (zie kader – red.), maar er zou op bredere schaal meer kennis moeten komen. Jansen stelt dat hij het gebrek aan kennis geen desinteresse wil noemen, wel vindt hij het een gapend gat in de opleiding. “In de hele maatschappij wordt voedsel steeds belangrijker, mensen worden zich steeds meer bewust van hetgeen ze in hun mond stoppen. Maar in de opleiding is de aandacht hiervoor verwaarloosbaar, zodat toekomstige artsen amper kennis op dit gebied hebben. Een enorme gemiste kans, waar de huisartsenzorg nog vele jaren last van gaat hebben. In de opleiding, en daar maak ik mij al jaren hard voor, zou een goede basiskennis op het gebied van voedsel onderdeel van het curriculum moeten worden.”  VERANDERING VAN LEEFSTIJL  Er is dus te weinig aandacht voor een voedseloplossing bij lichamelijke klachten. Dit bij zowel zorgprofessionals, die in veel gevallen niet voldoende kennis hebben, als de patiënt, die in het dagelijks leven alsmaar wordt verleid door ongezond voedsel. Bij een medische klacht wordt daarom snel naar medicatie gekeken als oplossing, door de medici die nu eenmaal zo zijn opgeleid en door de patiënt die bij een probleem een pilletje wil. “Er zijn collega’s die van de term ‘geen pil, maar paprika’ een motto hebben gemaakt. Nu moet je zulke uitspraken als huisarts natuurlijk wel nuanceren als er een patiënt tegenover je zit. In de kern is het echter absoluut zo dat medicatie een druk op het zorgbudget legt. Tegelijkertijd is er zeker een groep patiënten die meer gebaat is bij een leefstijl die een meer permanente oplossing voor hun probleem biedt, dan bij medicatie die als een doekje voor het bloeden werkt. Het is heel inspirerend als je als huisarts een patiënt kan helpen om die verandering te bewerkstelligen, waarbij het bij de patiënt motiverend werkt zodra deze daadwerkelijke resultaten ziet. Op Thuisarts.nl hebben we veel tips staan, daar kun je als huisarts heen verwijzen. Daarnaast heeft het Voedingscentrum een nieuwe site ontwikkeld waar veel informatie te vinden is die voor artsen zelf heel relevant is. Langzaam maar zeker begint gezond voedingsadvies zijn weg naar de huisartsenpraktijk te vinden en dat kan mij persoonlijk niet snel genoeg gaan. Binnen het NHG maak ik mij er dan ook fervent hard voor om de beroepsgroep juist op dit gebied verder te brengen. Voeding verdient meer aandacht in de huisartsenpraktijk. In de toekomst heeft de huisarts namelijk een cruciale rol op dit vlak te vervullen. Als we dat als beroepsgroep goed doen, wordt daar op termijn veel gezondheidswinst geboekt.”