Nieuws

‹ vorige Terug naar lijst ^ volgende ›

  • Coronacrisis in de huisartsenpraktijk

    Coronacrisis in de huisartsenpraktijk

    HuisartsenService, 28 juli 2020

    De stelling dat 2020 niet bepaald het jaar is geworden dat iedereen had verwacht is een understatement. De coronacrisis heeft wereldwijd de volledige maatschappij uit het lood geslagen en in Nederland is de impact daarvan ook helder. Niet alleen wat betreft het aantal slachtoffers, maar vooral ook op het gebied van de manier waarop de zorg is ingericht. De ‘intelligente lockdown’, zo is ons meerdere malen op het hart gedrukt, was met name om ervoor te zorgen dat de zorg werd ontzien. Als de coronacrisis echter één ding ook heeft bewezen, is het dat de Nederlandse eerstelijnszorg in staat is om proactief met crisissituaties om te gaan. Maar hoe straks verder? De ‘hoe verder’-vraag is hoe dan ook de grootste waar huisartsen mee worstelen. Jarenlang is ingezet op ‘de huisarts als ondernemer’. Maar de crisis zorgt ervoor dat ondernemers het zwaar hebben en in sommige gevallen failliet gaan. Nu wordt dat in veel andere gevallen afgedaan als ondernemersrisico. Maar wat je als land natuurlijk niet wil ten tijde van een wereldwijde pandemie is een (eerstelijns)zorg die omvalt.

HANDHAVEN VAN RICHTLIJNEN

HuisartsenService heeft het op zich genomen om in deze tijden niet alleen de eerstelijnszorg te steunen waar nodig, maar ook om door middel van een langlopend onderzoek in kaart te brengen waar de huisartsenpraktijken op dit moment behoefte aan hebben en wat hun grootste vraagstukken zijn. Een van de uitkomsten van het onderzoek is dat huisartsen zich zorgen maken om de toekomst. In de – op het moment van schrijven – meest recente onderzoeksresultaten staat dit: “Momenteel lopen de cijfers terug en keert de rust enigszins terug. Dit is dan ook merkbaar in de gegeven antwoorden. Een probleemstelling welke net niet in de grafische weergave zit opgenomen heeft betrekking op financiële situaties van praktijken. Dit probleem deed zich in een eerder stadium wat meer voor, maar blijft actueel. Het gaat hierbij om een omzetverlies gedurende een langere periode, wat komt door uitblijven van reguliere consulten. Terwijl de spreekuren teruglopen blijven de kosten doorgaan. Enkele respondenten geven daarom de financiële situatie aan als probleem. De geschetste opkomende problemen zijn organisatorisch en logistiek van aard. Met een toenemend aantal patiënten in de praktijk zien respondenten de uitdaging in handhaven van de richtlijnen binnen de praktijk.”

EXTRA INVESTERINGEN

Die richtlijnen hebben uiteraard alles te maken met de anderhalvemetersamenleving. De ‘ondernemer’ die de huisarts is moe zijn praktijk daarop inrichten en dat proces kost geld. Looproutes in de praktijk moeten worden aangepast en aangegeven, personeel moet veilig kunnen werken (investeren in veiligheidsmiddelen zoals mondkapjes, kledij, spatschermen bij de balie et cetera) en de manier van zorgverlening moet drastisch worden aangepast. Nog steeds moeten patiënten bij klachten eerst bellen en niet meer zomaar langskomen, maar ook steeds meer werkzaamheden zullen telefonisch of via e-health worden gedaan. Wil je als huisarts aan alle AVG-regelgeving voldoen, vergt dat ook weer extra investeringen. Onderwijl blijven patiënten weg. Zelfs als ze daadwerkelijk ziek zijn. Uit recent onderzoek van de Patiëntenfederatie blijkt dat nog altijd een deel van de patiënten op dit moment – ook al ligt de eerste piek van de coronacrisis inmiddels achter ons – bang zijn om in de eerstelijnszorgomgeving besmet te worden. Ook denkt men dat de huisarts het op dit moment nog te druk heeft en dus wachten ze nog even af. Volgens het onderzoek van de Patiëntenfederatie geeft 55 procent van de ondervraagden aan dat zij in enige mate nadelige gevolgen ondervinden van hun zorgmijdend gedrag.

COMMUNICATIE

Huisarts Jako Burgers van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft in gesprek met de NOS het nieuws van de Patiëntenfederatie enigszins in perspectief gezet en stelt dat de zorg weer behoorlijk op gang komt. “19 procent om precies te zijn die nog steeds niet naar de huisarts komt, dat betekent dus dat ruim 80 procent dat inmiddels wel doet. Bedenk wel: dat was op het hoogtepunt van de uitbraak zo'n 10 procent. Als ik naar mijn eigen praktijk kijk; mijn assistent heeft het zelfs weer even druk als voorheen met alle telefoontjes.” Toch blijft het van belang om juist nu de communicatie met de patiënt weer volop op te zoeken. En in die communicatie is nu veel winst te behalen. Het is evident dat in veel huisartsenpraktijken de werkwijze volledig is aangepast en wat we zien is dat naarmate de omgang met het virus verandert in de maatschappij, de naleving van de veiligheidsmaatregelen door veel mensen minder strak wordt nageleefd. Je ziet het in winkels, in supermarkten, in de manier waarop mensen in drommen naar het strand of park willen zodra de zon schijnt. Het is van groot belang dat de huisarts de patiënt niet alleen wijst op de risico’s buiten de praktijk, maar ook heel duidelijk maakt dat in de praktijk regels worden nageleefd. Zo is de patiënt die langskomt goed voorbereid en het helpt ook bij het kweken van begrip over waarom de situatie niet (meer) is zoals voorheen. 

LAAGDREMPELIG OVERLEGGEN

Communicatie met de tweedelijnszorg is ook veranderd. Zeker nu ziekenhuizen net als de huisartsenpraktijken weer langzaam maar zeker de niet-covid gerelateerde zorg opschalen, is goede communicatie essentieel. Daarom heeft de Federatie Medisch Specialisten een handreiking gepubliceerd met praktische adviezen voor het opschalen, waarin ook suggesties zijn opgenomen voor werkafspraken tussen huisartsen en medisch specialisten. De LVH en het NHG hebben hiervoor input geleverd. “Juist in deze her-startfase is het extra belangrijk dat huisartsen en medisch specialisten laagdrempelig kunnen overleggen over de verwijzing en samenwerken”, zo stelt men. Enkele suggesties die in de handreiking worden gedaan zijn:

-       Een of meerdere extra telefoonnummers aanbieden voor laagdrempelig intercollegiaal overleg

-       Gebruik van online verwijs/triageplatforms voor aanmelding en laagdrempelig overleg

-       Vaste momenten afspreken waarop verwijzers telefonisch contact op kunnen nemen met de (voor een vakgebied dienstdoende) medisch specialist, bijvoorbeeld een vast inbelspreekuur voor alle huis- artsen in de regio om nieuwe casussen voor te leggen

TESTEN

Een van de belangrijkste middelen om het coronavirus onder controle te krijgen is het adequaat testen. Vanuit de zorg is er al sinds de start van de crisis veel roep geweest om beschikbaarheid van tests om in ieder geval het personeel goed te kunnen monitoren. Naar nu blijkt zijn daarbij veel testmogelijkheden onbenut gebleven. Dit blijkt uit onderzoek van Nieuwsuur. “Zorgverleners hadden in de eerste twee maanden van de uitbraak van het coronavirus veel vaker getest kunnen worden. In maart en april waren er veel meer coronatests beschikbaar dan er werden gebruikt”, zo stelt het actualiteitenprogramma. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid heeft hierop gereageerd met de mededeling dat de testmogelijkheden begin maart nog beperkt waren, ook voor langere tijd, door grote onzekerheid over levering van voldoende materialen. De uitspraak van diverse zorgverleners en zorginstellingen in het programma dat er meer doden zijn gevallen omdat er minder werd getest, vindt De Jonge een ‘te stevige conclusie’. “Dat zal je echt rustig moeten evalueren als je voldoende afstand hebt ten opzichte van de afgelopen weken. Ik denk dat dit soort conclusies niet te onderbouwen zijn.” Dat neemt niet weg dat er inmiddels wel genoeg testen moeten zijn en dat sinds 1 juni iedereen in Nederland die dit wil een test kan krijgen. Met de GGD zijn afspraken gemaakt wie welke patiënten test en dat betekent ook dat er in de huisartsenpraktijk op ruimere schaal getest wordt en dat diagnostiek naar covid-19 niet meer alleen ingezet wordt indien daarvoor een strikt medische indicatie bestaat. Als een huisarts de test afneemt bij een patiënt en door een erkend laboratorium laat analyseren, kan de laboratoriumdiagnostiek voor de test worden vergoed uit het Openbare Gezondheidszorgbudget. Hiervoor geldt de maximumvergoeding van € 65,-. Het consult bij de huisarts wordt vergoed door de zorgverzekeraar. De financiële afhandeling verloopt hier net even anders dan normaal, al is de vergoeding hoe dan ook volledig. Het laboratorium dient de declaratie in bij de GGD, niet bij de zorgverzekeraar. Dit heeft als doel om te voorkomen dat patiënten zelf voor de test moeten betalen omdat anders het eigen risico aangesproken zou worden. De huisarts stuurt de testen in naar een laboratorium waar de regionale GGD afspraken mee heeft.

‘HET TIJDELIJKE NORMAAL’

Maar hoe nu verder de komende tijd? We hebben geen glazen bol, maar niemand wil dat ‘het nieuwe normaal’ een ‘permanent normaal’ wordt. Toch zal iedereen nog even door moeten in de situatie zoals deze nu is. De LHV raadt bijvoorbeeld af om de komende maanden – los van het contact met het eigen zorgpersoneel – bijeenkomsten bij te wonen, zelfs met minder dan 30 personen. Denk hierbij aan congressen en/of scholingen bijvoorbeeld. Alles wat niet direct met patiëntenzorg te maken heeft of niet noodzakelijk is ter voorkoming van verspreiding van covid-19. “In de afgelopen periode hebben veel huisartsen zowel in de patiëntenzorg als voor vergaderingen, bijeenkomsten en scholingen ervaringen opgedaan met digitaal overleg. Wij raden u aan om dit te komende periode te blijven doen”, aldus de LHV. Iets wat met het oog op de vakantieperiode die op komst is speelt, is dat diverse mensen al naar de huisarts zijn gestapt om een gezondheidsverklaring te krijgen, waardoor zij ‘gezond het vliegtuig in kunnen’. Dit is echter geen taak voor de huisarts, deze zal patiënten naar bijvoorbeeld reizigersinformatie bij de regionale GGD moeten doorverwijzen. En dan zijn er nog de patiënten die besmet zijn geweest. Hier zal de komende maanden ook veel aandacht voor moeten zijn. Een groot deel van hen zal op de eerstelijnszorg steunen en inmiddels blijkt dat er langere tijd aanhoudende fysieke, cognitieve en/of psychische problemen kunnen optreden. Het is dus zorg voor de huisarts deze groep niet uit het oog te verliezen na ‘genezing’. Al met al uitdagende tijden, die nog vele jaren hun sporen gaan nalaten in de maatschappij en op de zorg. HuisartsenService monitort deze effecten met genoemd doorlopend onderzoek.